11 Italiaanse films die een Oscar wonnen

Wist je dat… Italië met een totaal van 69 inzendingen en 32 nominaties het hoogste aantal Oscars voor Beste Internationale Speelfilm binnenhaalde? In totaal waren er 14 trofeeën die daadwerkelijk mee naar huis mochten. 11 Oscars voor Beste Internationale Speelfilm en drie Special Awards. De laatste nominatie voor Italië was Paolo Sorrentino’s È stata la mano di Dio in 2021, een van mijn favoriete films ooit. Dit jaar voegde zich een nieuwe bij het rijtje: Io Capitano van Matteo Garrone. Of die wint, weten we op 10 maart. Voor nu: de 11 Oscarwinnende films van Italiaanse makelij. Films die je als liefhebber toch minimaal één keer gezien moet hebben.

11x Italiaanse films met Oscar

La strada – Federico Fellini (1956)

Eerste prijs voor Beste Internationale Speelfilm ooit; 1956 was het jaar waarin de categorie werd geïntroduceerd bij de Oscars. Fellini’s La Strada is een tragedie over een jonge vrouw genaamd Gelsomina, die door haar moeder wordt verkocht aan straatartiest Zampanò en uiteindelijk ontsnapt aan haar gevangenschap om een wereld te vinden die veel wreder is dan ze zich had kunnen voorstellen.

Le notti di Cabiria – Federico Fellini (1957)

De tweede Beste Internationale Speelfilm werd wederom gewonnen door Fellini, met een film waarin tevens dezelfde actrice speelt. Een verhaal over een optimistische en veerkrachtige prostituee in Rome op zoek naar liefde en geluk. De film weerspiegelt de strijd van Cabiria tegen tegenslagen terwijl ze haar waardigheid behoudt.

8½ – Federico Fellini (1963)

Wederom Fellini, dit keer met een autobiografie. Guido Anselmi is een succesvolle, maar overweldigde regisseur die worstelt met een creatieve impasse. Hij probeert een nieuwe film te maken, maar wordt geconfronteerd met artistieke blokkades en persoonlijke verwarring. De film mengt realiteit en droomsequenties, waarbij Guido reflecteert op zijn verleden, heden en fantasieën. De titel verwijst naar het feit dat dit Fellini’s acht-en-een-halfste filmproject was, inclusief korte films en samenwerkingen.

Ieri, oggi, domani – Vittorio de Sica (1964)

Een humoristische en satirische Italiaanse anthologiefilm, oftewel een film in drie afzonderlijke delen met overlappend thema. Sophia Loren en Marcello Mastroianni vertolken verschillende rollen in elk segment.

  • Adelina in Napoli (Ieri): Adelina verkoopt sigaretten op de zwarte markt om haar gezin te onderhouden. Ze wordt gearresteerd en veroordeeld tot gevangenisstraf. Om haar kinderen te beschermen, bedenkt ze een slim plan om haar straf te ontlopen.
  • Anna in Milano (Oggi): Anna is een rijke vrouw die een affaire heeft met haar chauffeur, Renzo. Wanneer ze zwanger raakt, willen ze niet dat haar man erachter komt. Ze verzinnen verschillende plannen om de situatie te beheersen en hun relatie verborgen te houden.
  • Mara in Rome (Domani): Mara is een succesvolle prostituee die wordt geconfronteerd met belastingproblemen. Een belastinginspecteur probeert haar te overtuigen om belasting te betalen, maar Mara heeft andere plannen om haar fortuin te behouden.

Indagine su un cittadino al di sopra di ogni sospetto – Elio Petri (1970)

‘Investigation of a Citizen Above Suspicion’ volgt politie-inspecteur Amedeo Diquattro, die zijn minnares vermoordt en bewust aanwijzingen achterlaat om zijn perfecte misdaad te onthullen. Zijn arrogantie komt voort uit het geloof dat zijn hoge positie hem onaantastbaar maakt. Ondanks overduidelijke bewijzen is de politie terughoudend om hem te onderzoeken vanwege zijn macht. Een film over machtsmisbruik, corruptie en de dubbelzinnigheden van gerechtigheid.

Il giardino dei Finzi-Contini – Vittorio de Sica (1971)

Een film die zich afspeelt in het Italië van de jaren dertig en volgt de lotgevallen van een Joodse familie, de Finzi-Continis, tijdens de opkomst van het fascisme. De familie leeft in weelde en isolatie in hun weelderige landhuis in Ferrara. Centraal staat de romance tussen een jonge Joodse man, Giorgio, en de mooie dochter van de Finzi-Continis, Micòl. Terwijl de fascistische invloed toeneemt, biedt het landgoed van de familie in eerste instantie bescherming, maar uiteindelijk worden ze geconfronteerd met de harde realiteit van de rassenwetten en deportatie tijdens de Tweede Wereldoorlog.

Amarcord – Federico Fellini (1974)

Amarcord focust zich ook op Fellini’s eigen leven, maar dan zijn jonge jaren. De film schildert een levendig en surrealistisch portret van provinciestadje Rimini in de jaren 1930, onder het fascistische bewind. Het verhaal volgt Titta, een jongen op weg naar volwassenheid, te midden van zijn excentrieke familieleden en kleurrijke dorpsbewoners. Ook hier vervaagt Fellini grenzen tussen realiteit en droomwereld, waardoor een poëtisch en magisch verhaal wordt neergezet.

Cinema Paradiso – Giuseppe Tornatore (1989)

Salvatore Di Vita is een succesvolle filmmaker die terugkeert naar zijn geboortedorp in Sicilië na het overlijden van zijn jeugdvriend. Alfredo was de voormalige projectionist van de lokale bioscoop, Cinema Paradiso. Via flashbacks herinnert Salvatore zich zijn jeugd in de naoorlogse jaren, waarin hij als een nieuwsgierige jongen gefascineerd raakte door films en vriendschap sloot met Alfredo, die hem de liefde voor cinema bijbracht – een manier om te ontsnappen aan de harde realiteit.

Mediteranneo – Gabriele Salvatore (1991)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog strandt een groep Italiaanse soldaten op een afgelegen Grieks eiland dat nog niet is bezet door geallieerde of Duitse troepen. Aanvankelijk bereiden de soldaten zich voor op gevechten, maar naarmate de tijd verstrijkt, ontstaat er een vreedzame co-existentie met de lokale bevolking. Tijdens hun verblijf op het idyllische eiland beginnen de soldaten te genieten van het leven, liefde en vriendschap, en ontdekken ze de waarde van vrede in een tijd van oorlog.

La Vita è Bella – Roberto Benigni (1998)

Roberto Benigni’s holocaust dramedy werd naast Beste Internationale Speelfilm ook genomineerd voor Beste Film, Beste Regisseur, Beste Originele Scenario en Beste Montage. Benigni, die ook de ster van de film was, werd de eerste acteur die de prijs voor Beste Acteur in een Hoofdrol won voor een niet-Engelstalige film. De film volgt Guido Orefice, een Joodse man in het fascistische Italië tijdens de Tweede Wereldoorlog, die samen met zijn jonge zoon Giosuè in een concentratiekamp belandt. Om zijn zoon te beschermen tegen de gruwelijkheden van de realiteit, verzint Guido een fantasiewereld waarin het kamp een competitie is en het doel is om zoveel mogelijk punten te verdienen om een tank te winnen.

La grande bellezza – Paolo Sorrentino (2013)

Mijn eigen favoriet, en die van velen. La Grande Bellezza is een weelderig visueel feest die de  decadentie van de Romeinse high society belicht, met verwijzingen naar de klassieke Italiaanse cinema, literatuur en kunst. Hoofdrol Jep Gambardella is een oudere schrijver en journalist in Rome, die ooit een veelbelovende roman heeft geschreven maar sindsdien zijn creatieve hoogtepunt niet heeft kunnen evenaren. Op zijn 65ste verjaardag blikt Jep terug op zijn leven vol feesten, oppervlakkige relaties en het culturele leven van Rome, waar hij wordt omringd door kunstenaars, socialites en andere excentrieke types. Terwijl Jep de betekenis van het leven en de zoektocht naar ware schoonheid overpeinst, ontmoet hij verschillende mensen die zijn perspectief op kunst, liefde en het leven beïnvloeden.

Special Academy Awards

Italië won daarnaast al Oscars voordat de Academy een categorie voor internationale speelfilms onthulde: in 1947 kreeg het een Special Award voor het neorealistische drama Sciuscià (schoensmeer) van regisseur Vittorio de Sica. Twee jaar later, in 1949, won De Sica nog een Special Award voor Ladri di biciclette (fietsendieven), een ander drama gericht op naoorlogse sociale kwesties. In 1950 ontving grote winnaar De Sica opnieuw een Special Award voor een coproductie met Frankrijk, Le mura di Malapaga.