Op naar het Uffizi

Ondanks verwoede pogingen van mijn vader tijdens m’n opvoeding heeft het werkelijk jaren geduurd voordat ik musea wist te waarderen. Lange tijd vond ik het vooral oersaai, rondlopen in zo’n gebouw, terwijl je ook buiten in de zon kon zitten of in een leuk café. Maar hoe ouder je wordt, hoe meer je ontdekt dat veel van wat oudere mensen vroeger tegen je zeiden toch echt waar blijkt te zijn, en zo leer je ook musea waarderen.

Het komt dan ook goed uit dat Florence mijn favoriete Italiaanse stad is, want als ze ergens lekker in de musea zitten, is het daar wel. Er zijn zo’n 72 musea, wat opmerkelijk veel is voor een stad met nog geen 400.000 inwoners. Het museum der musea is zonder twijfel het Uffizi. Ooit gebouwd door (nou ja, in naam van) de beroemde familie De’ Medici die het gebruikte als kantoor en plek om hun kunst te verzamelen, inmiddels goed voor zo’n 100 zalen en meer dan 2.200 kunstwerken waar jaarlijks miljoen bezoekers op af komen – waar ik er zeker eens per jaar eentje van ben. Dus, hierbij mijn tips.

Mijn eerste keer was een paar jaar geleden, tijdens een snikhete septemberdag. Ik had tijdens een vorig bezoek de lange rijen er voor de deur zien staan dus kocht online via de officiële site een kaartje, haalde dat op, kreeg een tijdslot en liep na vijf minuten wachten met de rest van de mensen in mijn slot zo naar binnen. Dat is dus tip 1: koop vooraf een kaartje, doe dat gewoon bij de site van Uffizi zelf en dus niet via derden.

Dan tip 2: neem de audiotour, die voegt echt wat toe hier. Het op twee na beroemdste museum van Florence is de Galleria dell’Accademia waar je de David kunt zien, en ook daar hebben ze een audiotour maar, bonustip: die voegt weinig toe en kun je gerust laten liggen. Maar niet bij het Uffizi, want met die dik tweeduizend werken is het nogal makkelijk om te verzuipen in alles wat er hangt en als je, net als ik, geen kunstkenner bent, heb je negen van de tien keer ook geen idee waar je naar aan het kijken bent. De audiotour vertelt je leuke fun facts over het gebouw, over de beelden, en natuurlijk over de doeken.

Tip 3 heb ik van mijn vader, en die komt neer op: doe niet alles tegelijk. Het museum is veel te groot om in één bezoekje ‘gedaan’ te willen hebben, dus leg jezelf dat ook niet op. Als het je eerste bezoek is zou ik letten op de grote beroemde werken, en kun je veel van de minder iconische dingen misschien voor een volgende keer bewaren. Er komt namelijk een punt dat je simpelweg verzadigd bent, dan kun je het niet meer in je opnemen en wil je gewoon naar buiten, naar dat terras voor een spritz. En als je dat punt hebt bereikt terwijl je de Geboorte van Venus nog niet hebt gezien, is dat wel net jammer.

Dan tot slot tip 4, die eigenlijk geen tip is maar gewoon een leuk weetje. In 1817 bezocht de Franse schrijver Stendhal Florence, alwaar hij volledig emotioneel gegrepen werd door de schoonheid en overweldigende historie van de stad. Hij keek enorm uit naar zijn tripje, en eenmaal daar werd hij voortdurend van het ene culturele hoogtepunt in het andere geslingerd, waardoor hij totaal uitgeput raakte en bijna flauwviel. Sindsdien is er iets dat het ‘stendhalsyndroom‘ heet: een psychische aandoening die kan ontstaan wanneer je volledig overmand wordt door de schoonheid van kunst en historie. Dus, wees dat voor, ga op tijd het terras op voor een glas, en kom dan de volgende keer gewoon weer terug voor meer Uffizi. Salute.

Project Italiaanse droom

« L’Episodio precedente